DONATE JOIN THE CHANGE SIGNAL
NL – Nederlands
EN – Engels
FR – Frans
DE – Duits
ES – Spaans
CN – Chinees
AR – Arabisch

Vijf jaar geleden begon VVOLF met een eenvoudig idee: mensen laten begrijpen wat een handgebaar kan betekenen wanneer woorden niet veilig zijn. Wat begon als een creatief concept voor een tentoonstelling groeide uit tot een campagne, toolkit en bredere beweging.

Nu, vijf jaar later, laait het gesprek over een bewustwordingscampagne opnieuw op. Het recente incident in Italië laat zien waarom herkenning van het gebaar ertoe doet.

 

 

De campagne ligt er al. De vraag is nu niet hoe we opnieuw beginnen, maar hoe we samen zorgen dat het gebaar wordt gezien, herkend én begrepen — voordat het te laat is.

Essay 17: Vijf jaar later: de campagne ligt er al

Vijf jaar.

Het gebaar is eenvoudig.

De weg ernaartoe blijkbaar niet.

Vijf jaar geleden wilde ik mensen eerst het gebaar laten begrijpen.

Vijf jaar later praten we nog steeds over hoe we mensen het gebaar moeten leren.

Misschien zegt dat meer over onze samenleving dan over het gebaar.

Soms komt een nieuwsbericht voorbij dat je niet alleen leest, maar dat ergens blijft hangen.

Het nieuws uit Italië was zo’n bericht.

Een veertienjarig meisje gebruikte in een bedreigende situatie het internationale SOS-handgebaar. Het gebaar werd herkend. Twee agenten begrepen wat het betekende en konden ingrijpen.

Een klein gebaar.

Een open hand.

Een beweging.

Zonder woorden.

Maar met een duidelijke boodschap:

Ik heb hulp nodig.

En ineens was daar weer die vraag die mij al vijf jaar bezighoudt:

Hoe zorgen we ervoor dat mensen dit begrijpen?

Het begon met een beeld

Toen ik in 2021 begon, begon ik niet met het idee om een grote bewustwordingscampagne te maken.

Het begon als een creatief concept voor een nog te realiseren tentoonstelling.

Het handgebaar zelf heb ik niet bedacht. Het ontstond in Canada.

Wat mij raakte, was de eenvoud.

Hoe kan een gebaar zo klein zijn en tegelijkertijd zoveel zeggen?

Ik wilde onderzoeken hoe je die essentie zichtbaar kunt maken.

Niet alleen het gebaar laten zien.

Maar de betekenis ervan voelbaar maken.

Dat wanneer iemand dit gebaar maakt, het niet zomaar een beweging van een hand is.

Het kan een vraag om hulp zijn.

Zonder stem.

Zonder uitleg.

Zonder dat iemand naast je hoeft te weten wat er werkelijk gebeurt.

Van tentoonstelling naar beweging

Wat begon als een idee voor een tentoonstelling bleef niet binnen de muren van een tentoonstelling.

Het groeide.

Er kwamen nieuwe vragen.

Wat als kinderen het gebaar leren?

Wat als een docent het herkent?

Wat als een collega het ziet?

Wat als iemand het maakt in een café?

In een trein?

Op een sportvereniging?

Op een plek waar niemand verwacht dat er iets aan de hand is?

Wat gebeurt er dan?

Want het gebaar zelf is maar het begin.

Het echte verschil ontstaat bij degene die het ziet.

Zien is niet hetzelfde als begrijpen

Je kunt iets zien zonder te begrijpen wat je ziet.

Je kunt een hand zien bewegen en denken dat iemand gewoon zwaait.

Je kunt het gebaar herkennen, maar niet weten wat je vervolgens moet doen.

Daarom gaat bewustwording voor mij nooit alleen over bekendheid.

Het gaat over:

zien.

herkennen.

handelen.

En juist die laatste stap wordt vaak vergeten.

Want wat doe je als iemand dit gebaar naar jou maakt?

Je hoeft geen hulpverlener te zijn.

Je hoeft niet meteen alle antwoorden te hebben.

Maar je moet wel weten dat dit een signaal kan zijn.

Dat iemand misschien niet vrijuit kan praten.

Dat er iets aan de hand kan zijn.

En dat jouw reactie ertoe kan doen.

Het gesprek dat opnieuw begint

Daarom raakte het mij om de afgelopen periode opnieuw het gesprek over dit handgebaar te zien ontstaan.

Berte van Heemst sprak zich uit voor een brede bewustwordingscampagne.

Judith Kuypers benoemde vervolgens dat het niet alleen gaat om het herkennen van het gebaar, maar ook om weten wat je moet doen wanneer je het ziet.

Ik las het en dacht:

Ja.

Dit is precies waar ik al vijf jaar aan werk.

Niet omdat ik het gebaar heb bedacht.

Niet omdat VVOLF het gebaar heeft uitgevonden.

Maar omdat ik geloof dat de kracht van dit bestaande gebaar pas werkelijk tot zijn recht komt wanneer mensen de betekenis ervan begrijpen.

De campagne ligt er al

In de afgelopen jaren is er binnen VVOLF veel ontwikkeld.

Er is een campagne.

Er is een toolkit.

Er zijn posters.

Er zijn animaties.

Er is beeldmateriaal.

Er is een verhaal.

Maar misschien is dat wel het verschil tussen iets maken en iets laten leven.

Een campagne kan klaarliggen.

Maar een campagne leeft pas wanneer mensen haar zien.

Wanneer scholen haar gebruiken.

Wanneer organisaties haar omarmen.

Wanneer professionals weten wat ze zien.

Wanneer een kind opgroeit met de kennis:

Als iemand dit gebaar maakt, moet ik opletten.

We hoeven niet opnieuw te beginnen

Daarom voelt dit moment voor mij anders.

Want nu wordt opnieuw gesproken over de noodzaak van een bewustwordingscampagne.

En dat is goed.

Heel goed zelfs.

Maar misschien hoeven we niet opnieuw te beginnen.

Misschien moeten we juist kijken naar wat er al is.

Wat er al ligt.

Wat de afgelopen jaren is ontwikkeld.

Wat verder ontwikkeld kan worden.

En vooral:

hoe we het samen groter kunnen maken.

Want vijf jaar bouwen aan een idee betekent niet dat het klaar is.

Het betekent dat er inmiddels iets staat waarop verder gebouwd kan worden.

Het Italiaanse meisje

En dan is daar dat nieuws uit Italië.

Een meisje dat in een situatie waarin woorden blijkbaar niet veilig waren, een handgebaar gebruikte.

Een gebaar dat iemand herkende.

Dat is waar het uiteindelijk om gaat.

Niet om de campagne.

Niet om de posters.

Niet om VVOLF.

Maar om dat ene moment waarop iemand hulp nodig heeft.

En iemand anders begrijpt wat die hand zegt.

Daar zit de werkelijke waarde.

Misschien is dit wat bewustwording betekent

Niet dat iedereen een expert wordt.

Niet dat iedereen weet wat er precies speelt.

Maar dat we leren kijken.

Dat we signalen leren herkennen.

Dat we niet automatisch wegkijken.

Dat we weten dat achter een klein gebaar een groot verhaal kan zitten.

En dat we weten dat onze reactie ertoe kan doen.

Bewustwording begint misschien dus niet bij een campagne.

Misschien begint het bij één mens die weet:

Ik herken dit.

En vervolgens denkt:

Wat kan ik doen?

Vijf jaar verder

Vijf jaar geleden begon dit voor mij met een beeld.

Een tentoonstelling.

Justitia a.k.a. Gerechtigheid.

Het was een artistiek project waarin ik met beeld een groter verhaal wilde vertellen over geweld, gerechtigheid en de mensen die daarmee te maken krijgen.

Maar tijdens het proces, en op de set zelf, besefte ik dat er eerst iets anders nodig was.

Bewustwording.

Voordat we het grotere verhaal konden vertellen, moesten mensen misschien eerst iets veel eenvoudigers leren begrijpen.

Een handgebaar.

Niet een gebaar dat ik zelf had bedacht. Het bestaande gebaar uit Canada.

Wat mij raakte, was juist de eenvoud ervan.

Hoe iets dat in één seconde kan worden gemaakt, zoveel kan betekenen wanneer woorden niet veilig zijn.

Daarom wilde ik op de set extra aandacht geven aan het Universele Handgebaar.

Het zichtbaar maken.

Het uitleggen.

Het helpen begrijpen.

En vooral: het verder verspreiden.

Want wat heb je aan een signaal als niemand het herkent?

Wat heb je aan een handgebaar als niemand begrijpt wat iemand ermee probeert te zeggen?

Daar verschoof voor mij het perspectief.

Het ging niet meer alleen om een tentoonstelling.

Het ging om de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen dit gebaar kennen voordat iemand het nodig heeft.

En precies daar begon de beweging die uiteindelijk VVOLF werd.

Vijf jaar.

Het gebaar is eenvoudig.

De weg ernaartoe blijkbaar niet.

Vijf jaar geleden wilde ik mensen eerst het gebaar laten begrijpen.

Vijf jaar later praten we nog steeds over hoe we mensen het gebaar moeten leren.

Misschien zegt dat meer over onze samenleving dan over het gebaar.

En misschien is dat precies waarom we nu niet opnieuw moeten beginnen.

Maar verder moeten bouwen aan wat er al ligt.

De campagne ligt er al.

Wat nog moet gebeuren, is dat we haar laten bewegen.

Dat we haar brengen naar de plekken waar mensen leven.

Waar kinderen leren.

Waar mensen werken.

Waar mensen uitgaan.

Waar mensen sporten.

Waar mensen elkaar ontmoeten.

Zodat het gebaar niet pas wordt herkend wanneer er een nieuwsbericht verschijnt.

Maar voordat het nieuws wordt.

Dat is voor mij de volgende stap.

Van een gebaar dat bestaat naar een gebaar dat wordt begrepen.

Van begrijpen naar herkennen.

Van herkennen naar handelen.

En misschien uiteindelijk naar iets wat veel groter is:

een samenleving waarin iemand die niet kan spreken, toch gehoord kan worden.

Een hand kan spreken wanneer woorden niet meer veilig zijn.

Nu is het tijd om ervoor te zorgen dat we die hand verstaan.

Vanessa Beltgens
VVOLF

Gelijkheid, respect en gerechtigheid zijn geen luxe. Ze zijn een recht.
— VVOLF