Op Keti Koti 2026 kijkt dit essay naar vrijheid als iets wat nog steeds niet vanzelfsprekend is. Het verbindt persoonlijke ervaringen van kinderen die al vroeg te maken kregen met racisme, met recente gebeurtenissen in het Nederlandse voetbal en de online reacties na het WK. Het verkent hoe patronen van uitsluiting zich herhalen, en hoe kwetsbaar “erbij horen” nog altijd is.
Tegen deze achtergrond wordt het universele handgebaar voor “stop” een simpel maar krachtig signaal: een gedeeld moment van grens en bewustwording. Een herinnering aan de rol die ieder van ons speelt in het onderbreken van schade.
Een pleidooi voor verantwoordelijkheid, zichtbaarheid en menselijkheid. Want vrijheid vraagt niet alleen om herinnering, maar om voortdurende actie in het nu.
Essay 15: Vrijheid is meer dan de afwezigheid van ketenen
Vandaag is Keti Koti.
“De ketenen zijn gebroken.”
En toch stel ik mezelf elk jaar dezelfde vraag:
wat betekent vrijheid vandaag eigenlijk?
Als moeder van twee kinderen met Surinaamse, Indonesische, Chinese en Nederlandse wortels ervaar ik vrijheid niet als iets abstracts of historisch.
Maar als iets dat geleefd wordt.
Soms fragiel.
Soms voorwaardelijk.
Beide kinderen ervaarden in groep 8 een ingrijpende, racistische ervaring.
En recent ook in het Nederlandse voetbal.
En deze week, na de nederlaag van het Nederlands elftal op het WK, werden meerdere spelers online geconfronteerd met racistische beledigingen.
Spelers die dit land vertegenwoordigen.
In het moment van verlies gereduceerd tot iets anders dan erbij horen.
Dat laat me achter met een ongemakkelijke bewustwording:
erbij horen is nog steeds voorwaardelijk.
Er zijn momenten waarop taal niet meer genoeg is.
Wanneer uitleg te laat komt.
Wanneer er al iets is overschreden, en iedereen het kan voelen, ook al is het nog niet benoemd.
In die momenten denk ik aan hoe eenvoudig het zou moeten zijn om schade te onderbreken.
Een gebaar.
Een gedeeld begrip.
Iets dat zegt: stop.
Niet luid.
Niet ingewikkeld.
Gewoon zichtbaar genoeg zodat we het samen herkennen voordat het verder gaat.
Stop geweld.
Stop vernedering.
Stop de stille acceptatie van wat niet normaal zou mogen zijn.
Als vertrouwenspersoon hoor ik dit in vele vormen.
Mensen die aarzelen voordat ze spreken.
Die zich afvragen of ze wel geloofd zullen worden.
Die vroeg leren dat veiligheid niet vanzelfsprekend is, zelfs niet in alledaagse ruimtes.
Verschillende verhalen.
Dezelfde onderstroom: het zoeken naar waardigheid.
Keti Koti vraagt ons om een geschiedenis van dwangarbeid en ontmenselijking te herdenken.
Maar herdenken is alleen zinvol als het scherpt hoe we kijken naar wat er nog steeds gebeurt.
Want vrijheid is niet alleen wat is afgeschaft.
Het is wat nog steeds wordt toegestaan.
Mijn kinderen dragen Suriname, Indonesië, China en Nederland in zich.
Ik wil niet dat zij leren, door ervaring, dat zij zichzelf moeten aanpassen om erbij te horen.
Ik wil dat zij weten dat zij al heel zijn.
Al genoeg.
Al deel van deze plek.
Vrijheid is in die zin niet de afwezigheid van ketenen.
Het is de aanwezigheid van waardigheid.
Het is de mogelijkheid om deel te nemen zonder jezelf te verkleinen.
Het is het recht om te bestaan zonder gereduceerd te worden.
En het is de gedeelde verantwoordelijkheid—in klaslokalen, op voetbalvelden, op de werkvloer en in het dagelijks leven—om te herkennen wanneer iets niet klopt, en om het te zeggen.
Heel eenvoudig.
Stop.
Vandaag herdenk ik degenen van wie de vrijheid is afgenomen.
En ik denk na over wat het nog steeds vraagt om vrijheid werkelijk te maken.
Niet in theorie.
Niet in herinnering.
Maar in wat we vandaag nog laten gebeuren.
Of eindelijk .. . STOPPEN.
NL β Nederlands
EN β Engels
FR β Frans
DE β Duits
ES β Spaans
CN β Chinees
AR β Arabisch